Nettolijfrente 2026: hoeveel je boven € 137.800 mag inleggen en wat de box 3-vrijstelling oplevert
Kort antwoord: Wat is het opbouwpercentage van de nettolijfrente in 2026?
15,15%. Dat is 30% maal de nettofactor van 50,50%. Je mag in 2026 maximaal 15,15% inleggen van het deel van je inkomen uit werk over 2025 dat boven € 137.800 uitkomt; voor een zzp’er telt de winst vóór ondernemersaftrek. Bij € 200.000 is dat € 9.423. De premie is niet aftrekbaar, maar de opgebouwde pot valt niet in box 3 en de uitkeringen zijn onbelast.
Boven € 137.800 houdt de gewone pensioenaftrek op. Je jaarruimte rekent met maximaal dat bedrag, dus wie meer verdient, kan voor het deel daarboven niets aftrekken. Daar is de nettolijfrente voor: een lijfrente waarvoor je geen aftrek krijgt, maar die buiten box 3 blijft. Dit artikel rekent uit hoeveel je in 2026 mag inleggen en wat de vrijstelling oplevert vergeleken met zelf beleggen.

Hoe werkt een nettolijfrente?
De gewone lijfrente en de nettolijfrente zijn spiegelbeelden:
- Gewone lijfrente (jaarruimte). Je trekt de premie af van je inkomen, de pot valt niet in box 3, en de uitkeringen zijn later belast in box 1. Zie jaarruimte berekenen.
- Nettolijfrente. Je betaalt de premie uit je netto-inkomen en trekt niets af. De pot valt niet in box 3 (art. 5.16 lid 1 Wet IB 2001), en volgens de evaluatie die het kabinet in 2020 naar de Kamer stuurde zijn ook de uitkeringen onbelast.
Het voordeel zit dus volledig in box 3: geld dat je anders zelf zou beleggen, groeit binnen de nettolijfrente zonder vermogensrendementsheffing. Het product is een lijfrenteverzekering, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling, en in de overeenkomst moet staan dat het om een nettolijfrente gaat. Inleggen is vrijwillig; de premie mag niet zijn afgetrokken en je betaalt haar zelf.
Hoeveel mag je in 2026 inleggen?
De rekensom staat in artikel 5.16b en gebruikt dezelfde grondslag als de jaarruimte, alleen nu het deel boven de grens:
- Tel je inkomen uit 2025 op: winst uit onderneming vóór ondernemersaftrek, belastbaar loon, resultaat uit overige werkzaamheden en belastbare periodieke uitkeringen.
- Trek daar € 137.800 van af. Blijft er niets over, dan heb je geen nettolijfrente-ruimte.
- Neem 15,15% van de rest. Dat percentage is de jaarruimte-30% maal de nettofactor: 100% min het toptarief van 49,50%.
- Heb je in 2025 premie voor een nettopensioen ingelegd, dan gaat die er nog af.
De ruimte komt bovenop je gewone jaarruimte, die bij € 137.800 of meer haar maximum van € 35.589 bereikt (als je geen pensioen opbouwt in loondienst).
| Inkomen uit werk 2025 | Jaarruimte 2026 | Nettolijfrente 2026 | Samen |
|---|---|---|---|
| € 120.000 | € 30.249 | € 0 | € 30.249 |
| € 137.800 | € 35.589 | € 0 | € 35.589 |
| € 150.000 | € 35.589 | € 1.848 | € 37.437 |
| € 175.000 | € 35.589 | € 5.635 | € 41.224 |
| € 200.000 | € 35.589 | € 9.423 | € 45.012 |
| € 250.000 | € 35.589 | € 16.998 | € 52.587 |
| € 300.000 | € 35.589 | € 24.573 | € 60.162 |
Zonder pensioenopbouw in loondienst en zonder nettopensioen. Nettolijfrente naar beneden afgerond op hele euro’s, zodat je nooit boven het wettelijke maximum uitkomt; jaarruimte naar boven afgerond zoals de Belastingdienst doet.
Niet gebruikte nettolijfrente-ruimte uit de tien voorgaande jaren mag je inhalen, net als bij de reserveringsruimte. Het maximum daarvan is € 42.753 maal 50,50%, afgerond € 21.590. Stop je met je onderneming, dan mag je op verzoek rekenen met het inkomen van het stakingsjaar zelf.
Wat levert de box 3-vrijstelling op?
In 2026 rekent box 3 met een forfaitair rendement van 6,00% op beleggingen, belast tegen 36%. Bestaat je vermogen buiten de pot uit beleggingen, dan kost elke euro boven je heffingvrij vermogen zo 2,16% per jaar aan box 3; heb je ook spaargeld, dan iets minder, omdat box 3 met een gemiddeld rendementspercentage over je hele vermogen rekent. Per € 10.000 in een nettolijfrente scheelt dat € 216 per jaar, zolang je vermogen buiten de nettolijfrente al boven het heffingvrij vermogen uitkomt. Haal je met je echte rendement minder dan het forfaitaire, dan kun je via de tegenbewijsregeling minder box 3 betalen; het voordeel van de nettolijfrente is dan ook kleiner.
Over langere tijd telt het op, omdat het uitgespaarde geld meegroeit. Een rekenvoorbeeld bij € 200.000 inkomen: elk jaar € 9.423 inleggen, 6% bruto rendement per jaar (gelijk aan het forfaitaire percentage, zodat tegenbewijs niets uitmaakt), en de box 3-regels van 2026 voor alle jaren:
| Looptijd | Totale inleg | Nettolijfrente | Zelf beleggen (box 3) | Verschil |
|---|---|---|---|---|
| 10 jaar | € 94.230 | € 131.655 | € 119.036 | € 12.619 |
| 20 jaar | € 188.460 | € 367.428 | € 292.545 | € 74.883 |
| 30 jaar | € 282.690 | € 789.663 | € 545.458 | € 244.206 |
Inleg aan het begin van elk jaar; box 3 elk jaar 2,16% over de waarde op 1 januari, betaald uit de pot. Geen kosten van de aanbieder, geen inflatie, vermogen buiten de pot boven het heffingvrij vermogen. Beide potten zijn gevuld met netto geld. De uitkeringsfase is niet meegerekend; ook daarin blijft de nettolijfrente buiten box 3.
Dit is een rekenvoorbeeld, geen verwachting. Box 3 verandert: het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, bedoeld voor 1 januari 2028, is in februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen maar ligt nog bij de Eerste Kamer (stand 5 oktober 2026). Hoe groot het voordeel later is, hangt af van de regels die dan gelden.
Reken het uit voor jouw inkomen
Artikel 5.16b en 3.127 Wet IB 2001 (tekst 1-1-2026), zonder pensioenopbouw in loondienst. Het verschil met zelf beleggen rekent met de forfaitaire box 3 van 2026 (2,16% per jaar) voor alle jaren, met elk jaar de maximale premie van 2026.
Waar je op moet letten
- Vastgezet geld. Afkopen of als zekerheid geven kan in de regel niet zonder gevolgen. Gebeurt het toch, dan vervalt de vrijstelling en telt in het jaar daarna de helft van de waarde (aan het begin van het jaar van afkoop) maal tien mee in box 3. Maak je aannemelijk dat navordering over de eerdere jaren minder had gekost, dan telt een lager bedrag mee (art. 5.16c). Voor kleine afkopen bestaan uitzonderingen.
- Tot je AOW-leeftijd. Na het einde van het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt, mag je geen premie meer betalen.
- Eerst de jaarruimte. Gewone lijfrentepremie trek je af tegen maximaal 49,50%; dat voordeel is meestal groter. De nettolijfrente is voor het deel van je inkomen waar de jaarruimte niet meer werkt.
- Kosten. Aanbieders rekenen kosten; die gaan van het box 3-voordeel af en verschillen per product.
Verwante artikelen: de basis van je oudedagsvoorziening in pensioen als zzp’er, de gewone aftrek in jaarruimte berekenen en gemiste aftrek inhalen in reserveringsruimte.
Veelgestelde vragen
Wat is het opbouwpercentage van de nettolijfrente in 2026?
15,15%. Dat is 30% maal de nettofactor van 50,50%. Je mag in 2026 maximaal 15,15% inleggen van het deel van je inkomen uit werk over 2025 dat boven € 137.800 uitkomt; voor een zzp’er telt de winst vóór ondernemersaftrek. Bij € 200.000 is dat € 9.423. De premie is niet aftrekbaar, maar de opgebouwde pot valt niet in box 3 en de uitkeringen zijn onbelast.
Wat is een nettolijfrente?
Een lijfrente voor het deel van je inkomen boven 137.800 euro. Je trekt de premie niet af, maar de opgebouwde waarde valt niet in box 3 en de uitkeringen zijn onbelast.
Kan een zzp'er een nettolijfrente afsluiten?
Ja. Voor de ruimte telt je winst uit onderneming vóór ondernemersaftrek mee, samen met loon en ander inkomen uit werk van het vorige jaar. Pas boven 137.800 euro ontstaat ruimte.
Hoeveel mag ik in 2026 in een nettolijfrente inleggen?
15,15% van je inkomen uit werk over 2025 boven 137.800 euro. Bij 200.000 euro is dat 9.423 euro, bij 150.000 euro 1.848 euro.
Is de premie voor een nettolijfrente aftrekbaar?
Nee. Je betaalt de premie uit je netto-inkomen. Het voordeel zit in de vrijstelling van box 3 en de onbelaste uitkeringen.
Worden de uitkeringen van een nettolijfrente belast?
Nee. De opgebouwde pot en de ingegane uitkering vallen niet in box 3, en de uitkeringen zijn niet belast in box 1.
Kan ik gemiste nettolijfrente-ruimte inhalen?
Ja, over de tien voorgaande jaren, met een maximum van ongeveer 21.590 euro (42.753 euro maal 50,50%).
Wat gebeurt er als ik mijn nettolijfrente afkoop?
Dan vervalt de vrijstelling. In het jaar daarna telt de helft van de waarde aan het begin van het afkoopjaar maal tien mee in box 3. Maak je aannemelijk dat navordering over de eerdere jaren minder had gekost, dan telt een lager bedrag mee. Voor kleine afkopen gelden uitzonderingen.
Bronnen
Geraadpleegd op 5 oktober 2026. Alle parameters staan met bron in ons parameterregister.
- Artikel 5.16 tot en met 5.16c Wet inkomstenbelasting 2001 (tekst 1-1-2026) — wetten.overheid.nl
- Artikel 3.127 Wet inkomstenbelasting 2001 (tekst 1-1-2026) — wetten.overheid.nl
- Artikel 2.10 Wet inkomstenbelasting 2001 (tarieftabel) — wetten.overheid.nl
- Evaluatie vrijstelling voor nettopensioen en nettolijfrente (2020) — zoek.officielebekendmakingen.nl
- Box 3-inkomen 2026: rendementspercentages en tarief — www.belastingdienst.nl
- Wet werkelijk rendement box 3 (36.748), Eerste Kamer — www.eerstekamer.nl