Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 5 oktober 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl. De actuele status van wetsvoorstel 36.783 staat ook in de kerncijferpagina 2026.
Kort antwoord: Wat is de Zelfstandigenwet en wat is de status?
De Zelfstandigenwet regelt wanneer je in ieder geval als zelfstandige kunt werken, en dus geen werknemer bent. Je moet dan voldoen aan twee toetsen: de zelfstandigentoets (volgens de consultatie onder meer KVK-inschrijving, btw-nummer, minimaal 3 opdrachtgevers en een minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s) en de werkrelatietoets (vrijheid in hoe, wanneer en waar je werkt, voor eigen rekening en risico). Status: sinds 1 oktober 2026 in internetconsultatie, reageren kan tot en met 29 oktober 2026. Daarna volgen de Raad van State en beide Kamers; beoogde invoering is januari 2028.
De Zelfstandigenwet komt in de plaats van het geschrapte verduidelijkingsdeel van de VBAR. Het kabinet beoogt invoering op 1 januari 2028, maar het wetsvoorstel ligt nog niet bij de Kamer: sinds 1 oktober 2026 staat het in internetconsultatie, tot en met 29 oktober 2026. De wet werkt met twee toetsen — de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets — en zonder sectorale rechtsvermoedens. Dit artikel loopt de hoofdvragen langs, met de criteria uit de internetconsultatie.

Status oktober 2026. Het wetsvoorstel ligt nog niet bij de Tweede Kamer. Sinds 1 oktober 2026 staat het in internetconsultatie (reageren tot en met 29 oktober 2026); tegelijk lopen de uitvoeringstoetsen en een toets door het Adviescollege toetsing regeldruk. Daarna volgt de Raad van State. De behandeling in beide Kamers is voorzien in 2027, met 1 januari 2028 als beoogde datum van inwerkingtreding (Kamerbrief 10-9-2026).
| Toets | Waar kijkt de toets naar? | Criteria in het concept |
|---|---|---|
| Zelfstandigentoets | De persoon van de zelfstandige en hoe die zich in het economisch verkeer gedraagt | 1. Basisvoorwaarden: KVK-inschrijving, btw-nummer, aparte zakelijke rekening, zelf verantwoordelijk voor de facturatie (uitvoeren mag een ander), een betalingstermijn voor klanten en opdrachtgevers, zelf betalingen aan derden doen en aanspreekbaar zijn op te late betaling. 2. Minimaal 3 verschillende opdrachtgevers of klanten. 3. Jaarlijks een minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. |
| Werkrelatietoets | Vrijheid en onafhankelijkheid binnen een opdracht, en dus het ontbreken van gezag | 1. Beide partijen willen buiten een arbeidsovereenkomst werken. 2. Jij bepaalt hoe je het werk uitvoert; de opdrachtgever mag instructies geven over het wat. 3. Jij bepaalt tijden en werkplek, behalve bij werk dat locatie- of tijdgebonden is. 4. Je werkt voor eigen rekening en risico. |
Haal je beide toetsen én werk je in de praktijk zo, dan is er volgens het voorstel ‘in ieder geval’ geen gezag: je zit in de ‘veilige haven’ en weet vooraf dat je als zelfstandige kunt werken. Haal je een of beide toetsen niet, dan ben je niet automatisch werknemer. Dan wordt de arbeidsrelatie beoordeeld met de regels die nu al gelden (artikel 7:610 BW) (internetconsultatie, Rijksoverheid 1-10-2026).
Twee details om op te letten. Bij de opdrachtgevers spreekt de consultatietekst van minimaal 3 verschillende opdrachtgevers of klanten in het lopende en het vorige kalenderjaar samen; de concept-wettekst zelf van minimaal drie (rechts)personen ‘in de periode tot en met vorig kalenderjaar’. En het minimumbedrag voor voorzieningen is nog niet bekend: de hoogte wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en jaarlijks aangepast zoals het minimumloon. Als voorzieningen die (mogelijk) meetellen noemt de consultatie: een AOV of een voorziening voor kortdurende ziekte, pensioen of pensioensparen in de tweede of derde pijler, en een bedrijfsaansprakelijkheids-, bedrijfsschade-, beroepsaansprakelijkheids- of rechtsbijstandverzekering.
| Wanneer | Wat | Status |
|---|---|---|
| 1 t/m 29 oktober 2026 | Internetconsultatie (concept-wettekst en memorie van toelichting); tegelijk uitvoeringstoetsen en toets Adviescollege toetsing regeldruk | Loopt |
| Daarna | Advies Raad van State | Zo spoedig mogelijk |
| 2027 | Behandeling Tweede en Eerste Kamer | Voorzien |
| 1-1-2028 | Inwerkingtreding | Beoogd |
De Zelfstandigenwet regelt wanneer je in ieder geval als zelfstandige kunt werken, en dus geen werknemer bent. Je moet dan voldoen aan twee toetsen: de zelfstandigentoets (volgens de consultatie onder meer KVK-inschrijving, btw-nummer, minimaal 3 opdrachtgevers en een minimumbedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s) en de werkrelatietoets (vrijheid in hoe, wanneer en waar je werkt, voor eigen rekening en risico). Status: sinds 1 oktober 2026 in internetconsultatie, reageren kan tot en met 29 oktober 2026. Daarna volgen de Raad van State en beide Kamers; beoogde invoering is januari 2028.
Nee, het is de beoogde datum uit de Kamerbrief van 10 september 2026. Het wetsvoorstel moet nog langs de Raad van State en beide Kamers.
Het rechtsvermoeden (aparte wet 36.783) geldt alleen tot € 38 per uur (peildatum 1-1-2026). Voor de Zelfstandigenwet is geen tariefgrens aangekondigd; daar gaat het om de twee toetsen.
Nee. Sectorale rechtsvermoedens maken volgens de Kamerbrief van 10 september 2026 geen deel uit van de Zelfstandigenwet.
Niet in de concept-wettekst van 1 oktober 2026: die bevat geen overgangsrecht en laat de inwerkingtreding bij koninklijk besluit bepalen. Beoogd is januari 2028. Na de consultatie kan de tekst nog veranderen.
Volgens het concept minimaal 3 verschillende opdrachtgevers of klanten. De consultatietekst telt het lopende en het vorige kalenderjaar samen; de concept-wettekst spreekt van ‘de periode tot en met vorig kalenderjaar’. Het is een van de criteria van de zelfstandigentoets, naast onder meer KVK-inschrijving, btw-nummer en een minimumbedrag aan voorzieningen.
Niet automatisch. Je hebt dan alleen niet de zekerheid van de ‘veilige haven’. Of er een arbeidsovereenkomst is, wordt dan beoordeeld met de regels die nu al gelden (artikel 7:610 BW).
De basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) is een apart wetsvoorstel (36.912) dat sinds 24 maart 2026 bij de Tweede Kamer ligt; een ingangsdatum is nog niet vastgesteld. Een koppeling met de Zelfstandigenwet is niet aangekondigd.
Handhaven op schijnzelfstandigheid; vanaf 2026 vergrijpboetes (25% bij grove schuld, 50% bij opzet, bij recidive tot maximaal 100%), in 2026 nog geen verzuimboetes.
Wetsvoorstel 36.783, ‘Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief’ (minister Aartsen), komt oorspronkelijk uit de bredere VBAR. Het is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen; het koninklijk besluit is genomen: inwerkingtreding op 31 december 2026 (de volledige tijdlijn staat in VBAR-rechtsvermoeden 2026). De Zelfstandigenwet is een apart traject met een beoogde (nog niet zekere) invoeringsdatum van 1 januari 2028; die komt in de plaats van het geschrapte VBAR-verduidelijkingsdeel. Bron: Rijksoverheid 6 maart 2026, Eerste Kamer 36783, Kamerbrief 10 september 2026.
Het rechtsvermoeden is geen onderdeel van de Zelfstandigenwet, maar staat er wel naast. Wet 36.783 (Stb. 2026, 158) regelt:
Wat je kunt doen om je voor te bereiden op de Zelfstandigenwet 2028:
Stel: je bent een marketing-zzp’er met uurtarief € 60, drie opdrachtgevers, eigen laptop, eigen kantoor. Je tarief ligt boven de grens, dus het rechtsvermoeden speelt voor jou niet; de gewone beoordeling van de arbeidsrelatie blijft wel gelden.
Stel: je bent een zorg-zzp’er met uurtarief € 32, één vast ziekenhuis als opdrachtgever. Met een tarief onder € 38 val je vanaf 31 december 2026 onder het bereik van het rechtsvermoeden: je kunt je bij de opdrachtgever en zo nodig bij de rechter op het vermoeden van een arbeidsovereenkomst beroepen, en het ziekenhuis moet dan aantonen dat het echt om zelfstandig werk gaat. Wil je zelfstandig blijven, dan is het verstandig te kijken naar: tarief verhogen, meerdere opdrachtgevers aantrekken, of overstappen naar detachering.
Volgens de Kamerbrief van 10 september 2026 werkt de Zelfstandigenwet met twee toetsen:
De concrete criteria staan sinds 1 oktober 2026 in de internetconsultatie; zie de twee toetsen hierboven. Een sectoraal rechtsvermoeden, dat in eerdere plannen werd genoemd, maakt geen deel uit van het wetsvoorstel.
De BAZ is een apart wetsvoorstel (36.912) en geen onderdeel van de Zelfstandigenwet. Het ligt sinds 24 maart 2026 bij de Tweede Kamer; de inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit en is nog niet vastgesteld (Tweede Kamer, Kamerstuk 36 912, nr. 3). Zzp'ers kunnen dus nog niet rekenen op arbeidsongeschiktheidsbescherming vanuit de BAZ.
Gerelateerde artikelen in dit dossier: VBAR‑rechtsvermoeden, Wet DBA, schijnzelfstandigheid, hypotheek.
De informatie op deze pagina is met de grootst mogelijke zorg samengesteld op basis van officiële bronnen (belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl, kvk.nl, svb.nl). Deze pagina is geen financieel, fiscaal of juridisch advies. Ik ben geen fiscalist en geen financieel adviseur. Neem voor jouw specifieke situatie contact op met een fiscalist, jurist of de Belastingdienst (0800-0543). Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.
Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers gelden per die datum; de status van de Zelfstandigenwet is bijgewerkt tot en met 5 oktober 2026.