Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 5 oktober 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl. Franchise, premiegrondslag, jaarruimte en reserveringsruimte staan compact bij elkaar in de kerncijferpagina met bron en peildatum. Hoeveel een aftrekbare inleg je oplevert, hangt af van je marginale druk; die staat per winstniveau in wat je overhoudt van elke extra euro winst. Minder aftrek betekent een hogere belastbare winst; het netto effect daarvan staat in wat de afbouw van de zelfstandigenaftrek je kost.
Kort antwoord: Hoe begin ik met pensioen opbouwen als zzp'er?
Begin met je jaarruimte: 30% van je winst vóór ondernemersaftrek (plus eventueel loon) van vorig jaar, na aftrek van € 19.172, met in 2026 een maximum van € 35.589. Dat bedrag leg je in bij een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht, en trek je af in je aangifte tegen je marginale tarief (maximaal 49,50%). Niet gebruikte ruimte uit de tien jaar ervoor mag je inhalen. Vanaf je AOW-leeftijd krijg je daarnaast AOW.
Zonder werkgever bouw je als zzp’er zelf pensioen op via een lijfrente of bankspaarrekening. De Belastingdienst kent een jaarlijkse jaarruimte van maximaal € 35.589 en een reserveringsruimte van maximaal € 42.753 (peil 2026).

€ 35.589
Maximale jaarruimte 2026 via lijfrente of bankspaarrekening
Peildatum 1 januari 2026. Jaarruimte is het bedrag dat je in een kalenderjaar fiscaal aftrekbaar mag storten in een lijfrente of bankspaarrekening. 30% van je premiegrondslag (winst vóór ondernemersaftrek plus ander inkomen, boven de AOW-franchise van € 19.172), met maximum € 35.589. Let op: de jaarruimte 2026 hangt af van je situatie in 2025. Je eigen jaarruimte reken je uit in jaarruimte 2026 berekenen.
Reserveringsruimte is niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen 10 jaar, met maximum € 42.753 in 2026.
De Belastingdienst staat aftrek toe voor een lijfrenteverzekering, een lijfrenterekening (banksparen) of een lijfrentebeleggingsrecht, binnen je jaar- en reserveringsruimte. Het verschil zit in de uitvoerder en het risico: bij een verzekering of beleggingsrecht hangt de uitkomst af van de voorwaarden en het rendement, bij een lijfrenterekening van de rente. Rendementen en kosten verschillen per aanbieder en product; een algemeen percentage noemen we daarom niet. Vergelijk de voorwaarden van de aanbieder zelf.
| Kenmerk | Lijfrenteverzekering | Lijfrenterekening (banksparen) |
|---|---|---|
| Uitvoerder | Verzekeraar | Bank of beleggingsinstelling |
| Aftrek premie/inleg | Binnen jaar- en reserveringsruimte | Binnen jaar- en reserveringsruimte |
| Uitkering | Belast in box 1 | Belast in box 1 |
Wie de maximale jaarruimte van € 35.589 heeft, zit in de hoogste schijf; een volle storting levert dan circa € 17.617 minder belasting op (49,50%, want lijfrente valt niet onder de tariefsaanpassing). Bij een lagere winst is het voordeel kleiner, en bij een lage winst soms maar een paar honderd euro, omdat je door de heffingskortingen dan weinig inkomstenbelasting betaalt. Per winstniveau doorgerekend, met rekentool: jaarruimte 2026 berekenen als zzp’er. Het is uitstel, geen afstel: de latere lijfrente-uitkering is belast in box 1.
Sinds 2023 kun je geen oudedagsreserve meer vormen. Een opgebouwde FOR mag op de balans blijven staan; je mag alleen geen bedragen meer toevoegen, en de regels rond de afname van de reserve blijven gelden (Belastingdienst). Peil 2026: geen actieve opbouw.
De stappen zijn op elke leeftijd hetzelfde: bereken je jaarruimte (in je eerste jaar als zzp’er telt je loon van het jaar ervoor mee, min je pensioenopbouw daar), kijk of je niet gebruikte ruimte uit eerdere jaren hebt (reserveringsruimte), en leg in bij een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht. Voor een inleg van € 3.000 per jaar heb je jaarruimte nodig: zonder pensioenopbouw in loondienst is die er als je winst vóór ondernemersaftrek plus loon in het jaar ervoor minstens € 29.172 was. Het verschil tussen de leeftijden zit in de tijd die je geld heeft om te groeien:
| Start | Jaren tot 67 | Totale inleg | Pot bij 4% rendement per jaar |
|---|---|---|---|
| 25 jaar | 42 | € 126.000 | € 327.037 |
| 30 jaar | 37 | € 111.000 | € 254.911 |
| 35 jaar | 32 | € 96.000 | € 195.629 |
| 40 jaar | 27 | € 81.000 | € 146.903 |
| 55 jaar | 12 | € 36.000 | € 46.881 |
Rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl, geen verwachting: inleg aan het begin van elk jaar, 4% bruto rendement per jaar als rekenaanname, zonder kosten, inflatie of belasting op de uitkering. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027 en 67 jaar en 3 maanden van 2028 tot en met 2031; voor latere jaren hangt ze af van de levensverwachting en kan ze hoger uitvallen. De inleg is aftrekbaar binnen je jaarruimte; de uitkering is later belast. Je eigen jaarruimte reken je uit in jaarruimte berekenen.
Starter (30 jaar, winst € 35.000): jaarruimte circa € 4.750. Ervaren (45 jaar, winst € 90.000): € 21.248 + reserveringsruimte. Pre-pensioen (60 jaar): banksparen.
Begin met je jaarruimte: 30% van je winst vóór ondernemersaftrek (plus eventueel loon) van vorig jaar, na aftrek van € 19.172, met in 2026 een maximum van € 35.589. Dat bedrag leg je in bij een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht, en trek je af in je aangifte tegen je marginale tarief (maximaal 49,50%). Niet gebruikte ruimte uit de tien jaar ervoor mag je inhalen. Vanaf je AOW-leeftijd krijg je daarnaast AOW.
Dan is er niets af te trekken.
Ja, elk jaar opnieuw.
Ja, binnen jaarruimte.
Een oudedagslijfrente mag volgens de Belastingdienst op elk gewenst tijdstip ingaan; na het bereiken van de AOW-leeftijd uiterlijk binnen 5 jaar, gerekend vanaf 31 december van het jaar waarin je die leeftijd bereikt.
Ja, in box 1.
Sommige lijfrentes kennen partnerclausule.
Per 1 januari 2023 is de fiscale oudedagsreserve (FOR) als faciliteit afgeschaft voor nieuwe toevoegingen. Een FOR die vóór 2023 is opgebouwd, blijft op de balans staan en neemt volgens de bestaande regels af of vervalt: bij de aankoop van een lijfrente (met afname van de reserve voor hetzelfde bedrag), bij overlijden, en als de FOR hoger is dan het ondernemingsvermogen terwijl je de onderneming staakt, op 1 januari de AOW-leeftijd hebt of twee jaar achter elkaar niet aan het urencriterium voldoet. Wat die vrijval fiscaal kost als je je onderneming beëindigt — en hoe je de aanslag uitstelt met een stakingslijfrente — staat doorgerekend in stoppen met je eenmanszaak 2026. Bron: Belastingdienst Oudedagsreserve.
De jaarruimte is het maximale bedrag dat je in een jaar in een lijfrente of bankspaarproduct mag storten, met fiscaal voordeel. De jaarruimte 2026 hangt af van je situatie in 2025. De rekensom is in grote lijnen:
Verdien je meer dan € 137.800? Voor het deel daarboven geeft de jaarruimte geen aftrek meer; daarvoor bestaat de nettolijfrente, met 15,15% inlegruimte die buiten box 3 blijft.
Rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl, voor een zzp’er met een premiegrondslag-inkomen van € 85.000 en zonder pensioenaangroei: jaarruimte ≈ 30% × (€ 85.000 − € 19.172) = 30% × € 65.828 = € 19.748. Bron parameters: Belastingdienst jaarruimte, Belastingdienst 2026.
Er bestaat geen officieel richtbedrag voor pensioensparen. Wat je fiscaal voordelig kunt inleggen, volgt uit je eigen jaarruimte (30% van je premiegrondslag boven de franchise, maximaal € 35.589) plus je reserveringsruimte. Wat dat later oplevert, hangt af van rendement, kosten en looptijd; reken daarmee alleen als scenario, niet als verwachting.
Een officiële vuistregel voor welk deel van je inkomen naar pensioen moet, bestaat niet. Het CBS meet wel hoeveel zzp’ers het doen: in 2024 betaalde 10,4% van de zzp’ers lijfrentepremie (voorlopig cijfer, CBS). De fiscale ruimte is je jaarruimte; wat je daarvan benut, hangt af van je buffer, je andere vermogen en je AOW-verwachting.
De AOW is per 1 juli 2026 € 1.662,16 bruto per maand voor wie alleen woont, en € 1.139,39 bruto per persoon per maand voor wie getrouwd is of samenwoont, exclusief vakantiegeld. De SVB past de bedragen halfjaarlijks aan. Bron: SVB, bedragen AOW, Rijksoverheid, hoe hoog is mijn AOW.
Blijf je na je AOW-leeftijd werken? Wat je dan naast je AOW overhoudt van je winst, staat doorgerekend in zzp’er na je AOW-leeftijd.
De derde pijler bestaat uit lijfrente, banksparen en andere vrijwillige pensioenopbouw door de werkgever/zzp’er zelf. Voordelen: fiscale aftrek in box 1, uitkeringen belast in box 1, maar lager tarief in pensioenjaren. Nadelen: het geld staat vast tot de uitkering, de keuzemogelijkheden zijn beperkt tot de soorten lijfrente die de wet toestaat, en kosten verschillen per aanbieder. Bron: Belastingdienst, aftrekken lijfrentepremies.
Heb je vóór 1 januari 2023 een FOR opgebouwd? Dan neemt die af als je een lijfrente koopt en in je aangifte de afname voor hetzelfde bedrag vermeldt. Die afname verhoogt je winst, maar daartegenover staat privé de aftrek van de lijfrentepremie. Bron: Belastingdienst Oudedagsreserve.
Een zzp’er met partner en kinderen moet bij leven ook een bijzonder nabestaandenpensioen overwegen. Verzekeraars bieden polissen waarbij bij overlijden voor de pensioendatum een uitkering wordt verstrekt aan de nabestaanden. De premie hangt af van leeftijd, dekking en looptijd; vraag die op bij de aanbieder zelf. Een lijfrente voor nabestaanden is binnen de jaar- en reserveringsruimte aftrekbaar als die aan de voorwaarden voldoet (Belastingdienst).
Gerelateerde artikelen in dit dossier: buffer, hypotheek, IB‑aangifte, Top 5 AOV‑verzekeraars.