Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 6 september 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl.
Zonder werkgever bouw je als zzp’er zelf pensioen op via een lijfrente of bankspaarrekening. De Belastingdienst kent een jaarlijkse jaarruimte van maximaal € 35.589 en een reserveringsruimte van maximaal € 42.753 (peil 2026).
€ 35.589
Maximale jaarruimte 2026 via lijfrente of bankspaarrekening
Peildatum 1 januari 2026. Jaarruimte is het bedrag dat je in een kalenderjaar fiscaal aftrekbaar mag storten in een lijfrente of bankspaarrekening. 30% van je winst boven de AOW-franchise (€ 19.172 in 2026), met maximum € 35.589.
Reserveringsruimte is niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen 10 jaar, met maximum € 42.753 in 2026.
Een <strong>lijfrente</strong> is een verzekeringsproduct met rendement 3-6% en kosten 0,4-1,2%. Een <strong>bankspaarrekening</strong> is een deposito met rendement 2-3% en zonder kosten.
| Kenmerk | Lijfrente | Bankspaarrekening |
|---|---|---|
| Uitvoerder | Verzekeraar | Bank |
| Rendement | 3-6% | 2-3% |
| Kosten | 0,4-1,2% | Geen |
Volledige jaarruimte € 35.589 in hoogste schijf (49,5%) levert fiscaal voordeel circa € 17.616. In laagste schijf (37,48%) circa € 13.343.
De FOR is per 1-1-2023 afgeschaft. Nieuwe toevoegingen niet meer toegestaan. Reeds opgebouwde FOR mag nog wel worden afgestort binnen 10 jaar na toevoeging. Peil 2026: geen actieve opbouw.
Starter (30 jaar, winst € 35.000): jaarruimte circa € 4.750. Ervaren (45 jaar, winst € 90.000): € 21.248 + reserveringsruimte. Pre-pensioen (60 jaar): banksparen.
Dan is er niets af te trekken.
Ja, elk jaar opnieuw.
Ja, binnen jaarruimte.
Lijfrente vanaf 10 jaar voor AOW-leeftijd.
Ja, in box 1.
Sommige lijfrentes kennen partnerclausule.
Per 1 januari 2023 is de fiscale oudedagsreserve (FOR) als faciliteit afgeschaft voor nieuwe toevoegingen. Resterende FOR die vóór 2023 is opgebouwd, mag volgens de oude regels worden afgestempeld bij staking, overlijden of bij omzetting in een lijfrente. De maximale dotatie aan FOR vóór 2023 was € 9.752 (cijfer 2022). Bron: Belastingdienst Oudedagsreserve, Rijksoverheid stopzetting FOR.
De jaarruimte is het maximale bedrag dat je in een jaar in een lijfrente of bankspaarproduct mag storten, met fiscaal voordeel. De rekensom voor 2026 is:
Voor een zzp’er met winst € 85.000 in 2026: jaarruimte ≈ (€ 85.000 − € 19.172) = € 67.019. Bron: Belastingdienst 2026.
Een richtgetal: wie nu 35 is, kan in 2026 een jaarruimte opbouwen van circa € 8.000–€ 12.000 bij een gemiddeld inkomen. Over 32 jaar kan dat, met 4% rendement, uitgroeien tot circa € 650.000–€ 900.000, exclusief AOW.
Voor de gemiddelde zzp’er in 2026 is de vuistregel dat 10-15% van het bruto inkomen naar pensioen gaat. Bij een inkomen van € 70.000 bruto is dat € 7.000-10.500 per jaar. Over een 35-jarig carrièrepad bouwt dit, bij een gemiddeld rendement van 4% reëel, een kapitaal op van € 300.000-450.000. Bron: Belastingdienst Volksverzekeringen.
De Algemene Ouderdomswet (AOW) keert in 2026 maandelijks € 1.581 bruto uit voor alleenstaanden (cijfer SVB peildatum september 2026). Voor partners: € 1.072 per persoon per maand. Bron: SVB AOW, Rijksoverheid AOW.
De derde pijler bestaat uit lijfrente, banksparen en andere vrijwillige pensioenopbouw door de werkgever/zzp’er zelf. Voordelen: fiscale aftrek in box 1, uitkeringen belast in box 1, maar lager tarief in pensioenjaren. Nadelen: keuzemogelijkheden beperkt (uitkering bij leven of overlijden), en kosten van verzekeraar kunnen oplopen tot 1-2% per jaar. Bron: Belastingdienst Lijfrente.
Indien je vóór 1 januari 2023 een FOR hebt opgebouwd, mag je deze afstempelen op de AOW-leeftijd, bij staking, of bij omzetting in lijfrente. De afstempeling betekent dat de gereserveerde winst wordt omgezet in een uitkering. Bron: Belastingdienst OFR.
Een zzp’er met partner en kinderen moet bij leven ook een bijzonder nabestaandenpensioen overwegen. Verzekeraars bieden polissen waarbij bij overlijden voor de pensioendatum een uitkering wordt verstrekt aan de nabestaanden. Premies: € 15-40 per maand voor een dekking van € 50.000. Bron: Nationale Nederlanden ZZP, Aevitae AOV.
De drie belangrijkste pensioenbronnen voor zzp’ers in 2026 zijn AOW (publiek), lijfrente of banksparen (derde pijler), en tenslotte opbouw binnen een BV (tweede pijler). De AOW-leeftijd in 2026 en 2027 is 67 jaar. Vanaf 2028 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar + 3 maanden, daarna jaarlijks geïndexeerd. Bron: SVB AOW-leeftijd.
SVB-gegevens medio 2026: AOW-uitkering per maand, alleenstaand: € 1.581 bruto. Met partner: ieder € 1.072 bruto. Vakantiegeld: 8% extra in mei. Bron: SVB AOW.
De maximale jaarruimte in 2026:
Bij winst € 85.000: jaarruimte = € 85.000 - € 19.172 = € 67.019. Plus reserveringsruimte 2025 van € 6.000 = totaal € 73.019. Bron: Belastingdienst 2026.
Het verschil in rendement lijkt minimaal; over 30 jaar met 4% nominaal rente kan banksparen € 15.000 meer opleveren dan lijfrente bij gelijke bruto-premie.
Een BV wordt doorgaans aantrekkelijk vanaf jaarwinst € 150.000. Argumenten:
Argumenten tegen:
Bron: Verbond van Verzekeraars, AFM Pensioen.
Lijfrente biedt vaak hogere rente maar kent verzekeraarskosten (1-2% per jaar). Banksparen is cheaper maar kent doorgaans lagere rente. Voor een 35-jarige over 32 jaar: banksparen kan fiscaal voordeliger zijn door lagere kosten.
Stap 1: winst vóór ondernemersaftrek. Stap 2: trek AOW-franchise € 19.172 af. Stap 3: resultaat × factor A (1,0 in 2026). Stap 4: tel reserveringsruimte vorige jaren bij.
Wie in het verleden geen volledige jaarruimte gebruikte, kan dit alsnog doen in de komende 10 jaar. Maximum: totale jaarruimte van het jaar overschrijdt niet het maximum van 2026 (€ 67.019).
V: Wanneer kan ik beginnen met pensioenopbouw?
A: Vanaf je eerste jaar als ondernemer.
V: Hoeveel moet ik opbouwen voor een comfortabel pensioen?
A: Vuistregel: 70% van je huidige inkomen. Bij inkomen € 70.000: doelkapitaal € 1,1 mln.
V: Welke aanbieder kies ik?
A: Vergelijk minimaal drie aanbieders. Bekijk kosten, rendement, voorwaarden.
Pensioenopbouw voor een zzp’er is een samengestelde puzzel van AOW, jaarruimte, banksparen en lijfrente. Hieronder de complete uitwerking.
Bron: SVB.
Bij W = € 85.000: jaarruimte = € 67.019. Bij W = € 100.000: jaarruimte = € 82.019. Bron: Belastingdienst 2026.
Inkomen 80.000, winst na aftrek 65.000. Jaarruimte 65.000 - 19.172 = € 47.019. Plus 3 jaar reservering: € 15.000. Totaal jaarruimte 62.019.
Wie stort 15.000 in jaarlijkse lijfrente, betaalt 15.000 × 37,56% = € 5.634 minder IB. Effectief netto voordeel € 4.500 (na kosten verzekeraar).
Na 32 jaar bij 4% rendement: kapitaal van circa € 650.000. Plus AOW 19.000 per jaar vanaf 67 jaar. Totaal pensioen-inkomen 35.000-40.000 per jaar.
V: Wanneer beginnen?
A: Vanaf je eerste jaar als ondernemer.
V: Welk product kiezen?
A: Mix van banksparen en lijfrente.
V: AOW-leeftijd?
A: 67 jaar in 2026/2027; 67 jr 3 mnd in 2028.
Open punten: exacte AOW-franchise per levensjaar 2026; indexatie lijfrente-rente; keuzeruimte bij uitfasering.
Voor de zzp'er is pensioenopbouw een langetermijn-investering die nu moet beginnen.
Een 30-jarige zzp'er met inkomen € 70.000 bruto:
Wie vorig jaar minder stortte dan jaarruimte, kan dit inhalen. Maximum opbouw: 7 jaar.
Drempel: jaarwinst boven € 150.000.
V: Wanneer beginnen?
A: Vanaf eerste jaar als ondernemer.
V: Welke aanbieder?
A: Vergelijk minimaal drie aanbieders.
V: Lijfrente of banksparen?
A: Mix voor beste balans.
V: Wanneer uitkeren?
A: Vanaf AOW-leeftijd 67 jaar.
Jaarruimte (maximale lijfrenteaftrek) 2026:
Box 3 wordt belast over banksparen en beleggen. Lijfrente-uitkeringen zijn onbelast (box 1 zonder opslag).
Verwacht pensioen 67 jaar:
V: Welke aanbieder beste?
A: Vendorvergelijk 3 aanbieders.
V: Welke uitkeringsvorm?
A: Levenslang meest gebruikelijk.
V: Kosten?
A: 0,5-1% per jaar.
V: Overstappen?
A: Mogelijk, kosten 0,5-1,5%.
Inleg 12.000/jaar, rendement 3,0%, looptijd 35 jaar:
V: Wanneer starten?
A: Zo jong mogelijk.
V: Welke mix?
A: 50% banksparen, 50% lijfrente.
V: Kosten?
A: 1-2% per jaar.
Als zzp’er bouw je geen pensioen op via een werkgever. Je hebt drie hoofdopties: een lijfrente (aftrekbaar in box 1), banksparen of beleggen (box 3) en een combinatie daarvan. De jaarruimte bepaalt hoeveel je jaarlijks aftrekbaar kunt inleggen in een lijfrente.
De jaarruimte is het maximale bedrag dat je in een jaar aftrekbaar kunt storten in een lijfrente. De formule rekent met je winst, de AOW-franchise en je opbouwjaren. Een eenvoudige benadering: neem je winst, trek de AOW-franchise af en vermenigvuldig met het opbouwpercentage. Laat je jaarruimte elk jaar door je boekhouder berekenen.
Wie 30 jaar lang € 12.000 per jaar inlegt tegen een gemiddeld rendement van 3 %, bouwt een kapitaal op van circa € 580.000. Daarvan kun je vanaf je pensioenleeftijd een levenslange uitkering kopen. Samen met de AOW (circa € 19.000 per jaar voor een alleenstaande in 2026) ontstaat zo een redelijk pensioeninkomen.
V: Wat is de AOW-leeftijd in 2026?
A: 67 jaar; in 2028 stijgt die naar 67 jaar en 3 maanden.
V: Kan ik mijn jaarruimte van voorgaande jaren inhalen?
A:Ja, via de reserveringsruimte kun je ongebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar benutten.
V: Wat gebeurt er met mijn lijfrente als ik overlijd?
A:De begunstigde ontvangt het kapitaal of de uitkering; de fiscale behandeling hangt af van de polisvorm.
De keuze van een pensioenaanbieder hangt af van kosten, rendement en flexibiliteit. Grote verzekeraars zoals ASR, Nationale-Nederlanden en Aegon bieden lijfrentes met een gegarandeerde rente. Online aanbieders zoals Brand New Day en BrightPensioen werken met beleggingslijfrentes en lagere kosten. Vergelijk altijd drie aanbieders op basis van dezelfde inleg.
De kosten bestaan uit een administratiekost, een premieopslag en eventuele beheerkosten. Reken op 0,5 % tot 1,5 % per jaar. Een verschil van 0,5 % per jaar kan over dertig jaar tienduizenden euro’s schelen. Vraag daarom altijd naar het totaal aan kosten vóór je tekent.
Bij de uitkeringsfase kies je tussen een levenslange en een tijdelijke uitkering. Een levenslange lijfrente garandeert inkomen tot je overlijden; een tijdelijke lijfrente keert bijvoorbeeld 20 jaar uit. De hoogte van de uitkering hangt af van de rente op dat moment. Spreid daarom de aankoop van je uitkering over meerdere jaren.
V: Kan ik van aanbieder wisselen?
A:Ja, een lijfrente kun je overdragen naar een andere aanbieder, maar er kunnen kosten aan verbonden zijn.
V: Wat is het verschil tussen gegarandeerd en beleggen?
A:Een gegarandeerde lijfrente heeft een vaste rente; een beleggingslijfrente volgt de markt met meer risico en potentieel meer rendement.
Ben je directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV, dan bouw je pensioen op via je loon. Je BV betaalt premies voor een pensioenregeling, of je bouwt zelf op via een lijfrente. Pensioen in eigen beheer is sinds 2017 afgeschaft; je kunt geen pensioen meer opbouwen binnen je eigen BV.
Als DGA bepaal je zelf je salaris, dat minimaal € 58.000 per jaar moet zijn (2026). Over dat loon bouw je pensioen op bij een externe verzekeraar of via een beschikbare premieregeling. Dividend boven je salaris kun je apart beleggen of gebruiken voor een lijfrente.
De keuze tussen een eenmanszaak en een BV heeft gevolgen voor je pensioen. In een eenmanszaak bouw je pensioen op via een lijfrente met jaarruimte; in een BV via je loon en de werkgeversbijdrage. Laat je boekhouder berekenen welke vorm fiscaal het voordeligst is.
Voor wie naast een BV ook freelance werkt, telt het loon uit de BV mee voor de jaarruimte van een lijfrente. Overleg met je adviseur hoe je beide vormen combineert zonder boven de maximale inleg te komen.
V: Kan ik pensioen opbouwen in mijn eigen BV?
A: Nee, pensioen in eigen beheer is afgeschaft; je bouwt op via een externe verzekeraar of een lijfrente.
V: Wat is het minimumloon voor een DGA in 2026?
A: € 58.000 per jaar; daarover bouw je pensioen op.
V: Telt mijn BV-loon mee voor mijn jaarruimte?
A: Ja, het loon uit je BV telt mee bij de berekening van je jaarruimte voor een lijfrente.
Je pensioenstrategie hangt af van je levensfase. Een starter van 25 jaar heeft tijd aan zijn kant: een kleine maandelijkse inleg groeit door rente-op-rente uit tot een groot kapitaal. Wie op zijn 45e begint, moet fors meer inleggen om hetzelfde niveau te bereiken. Begin daarom zo vroeg mogelijk, ook al is het bedrag klein.
Rond je 55e bouw je niet alleen kapitaal op, maar plan je ook de uitkeringsfase. Overweeg om een deel van je kapitaal in een levenslange lijfrente om te zetten en een deel vrij te houden voor flexibiliteit. Zo combineer je zekerheid met keuzevrijheid.
In de opbouwfase is het belangrijk om je jaarruimte elk jaar te benutten. Wie dat consequent doet, bouwt een aanzienlijk aanvullend pensioen op bovenop de AOW. Laat je jaarruimte jaarlijks berekenen door je boekhouder en plan de inleg als een vaste maandelijkse post.
V: Vanaf welke leeftijd moet ik beginnen met pensioenopbouw?
A: Zo vroeg mogelijk; zelfs een kleine maandelijkse inleg vanaf je 25e groeit door rente-op-rente uit tot een groot kapitaal.
V: Wat is een levenslange lijfrente?
A: Een uitkering die je levenslang ontvangt, gekocht met je opgebouwde kapitaal bij je pensioendatum.
V: Hoeveel moet ik maandelijks inleggen?
A:Dat hangt af van je jaarruimte en je doel; laat je boekhouder een berekening maken.
Naast de jaarruimte bestaat de reserveringsruimte: ongebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar kun je achteraf alsnog benutten. Dat is interessant voor zzp’ers die jarenlang te weinig hebben ingelegd. Laat je boekhouder berekenen hoeveel reserveringsruimte je hebt en plan de inleg over meerdere jaren.
Een andere fiscale optie is de stamrechtvrijstelling, waarmee je bij ontslag een deel van je ontslagvergoeding kunt omzetten in een lijfrente. Die regeling is sinds 2014 beperkt, maar kan voor wie nog een oud stamrecht heeft, nog steeds relevant zijn. Raadpleeg een fiscalist voor de voorwaarden.
Tot slot kun je je pensioenopbouw combineren met je buffer: een deel van je vermogen in box 3 kun je beleggen in een lijfrente, waardoor je vermogen buiten de box 3-heffing valt. Zo verlaag je je belastingdruk en bouw je tegelijk een aanvullend pensioen op.
V: Wat is reserveringsruimte?
A: Ongebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar die je achteraf nog kunt benutten voor een lijfrente.
V: Kan ik mijn pensioen combineren met mijn buffer?
A:Ja, een deel van je box 3-vermogen kun je in een lijfrente stoppen, waardoor het buiten de heffing valt.
De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) biedt starters een aftrek op de loonheffing voor kosten van onderzoek en ontwikkeling. Voor zelfstandigen zonder personeel geldt in 2026 een vaste aftrek van € 15.979. Dit is een fiscale tegemoetkoming voor innovatieve, technische of creatieve projecten.
Deze premies gelden bij een eindleeftijd van 67 jaar en zijn exclusief aanvullende dekkingen.
De exacte premie hangt af van je beroep, inkomen, eigenrisicotermijn en wachttijd. Een offerte-aanvraag bij drie verzekeraars geeft een realistisch beeld van je eigen premie.
V: Kom ik in aanmerking voor de WBSO als zzp’er?
A: Ja, mits je aan speur- en ontwikkelingswerk doet en minimaal 50 uur per jaar hieraan besteedt.
V: Hoeveel WBSO-aftrek krijg ik in 2026?
A: € 15.979 als zelfstandige zonder personeel.
V: Betaalt een 30-jarige minder AOV-premie dan een 50-jarige?
A: Ja, premies stijgen sterk met de leeftijd; een 30-jarige betaalt circa € 65/mnd, een 50-jarige € 200+/mnd.
Gerelateerde artikelen in dit dossier: buffer, hypotheek, IB‑aangifte, Top 5 AOV‑verzekeraars.