Onderzoek & bronnen8 kerncijfers uit 6 officiële bronnen · peildatum 1-1-2026 · herzien 30 augustus 2026
VBAR Rechtsvermoeden 2026: Wat Betekent €38 Per Uur Voor ZZP'ers?
Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 6 september 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl.
Op 21 april 2026 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel 36783 aan. Vanaf 1 juli 2026 (na behandeling in de Eerste Kamer) krijgen zzp'ers die minder dan € 38 per uur verdienen het recht om bij de rechter een beroep te doen op het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dit artikel loopt langs de 8 hoofdvragen.
38 / 22.500
Tarieflimiet rechtsvermoeden per 1-1-2026 · geschatte groep zzp'ers potentieel geraakt
Het kabinet schrapte op 6 maart 2026 het verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR (Grant Thornton). Het resterende wetsvoorstel 36783 - het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief - werd op 21 april 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. Daarmee staat dit deel van de VBAR los van de bredere 'Zelfstandigenwet' die het kabinet voor 1 januari 2028 voorbereidt.
Welke zzp'ers kunnen straks een beroep doen op het rechtsvermoeden?
Iedereen die in een aaneengesloten periode van drie maanden gemiddeld minder dan € 38 per uur factureert, kan bij de rechter stellen dat er een arbeidsovereenkomst bestaat. Het rechtsvermoeden werkt twee kanten op: de opdrachtgever moet aantonen dat het echt om zelfstandig werk gaat. Zzp'ers boven de grens houden de bestaande bewijslast.
Hoeveel zzp'ers zitten naar schatting onder de € 38-grens?
Op basis van de uurtariefverdeling in de CBS Zelfstandigenmonitor 2026 en gegevens van het kabinet ligt de orde van grootte tussen 120.000 en 225.000 zzp'ers; het middenpunt van de schattingen is ongeveer 22.500 zzp'ers die direct door de grens worden geraakt. De bandbreedte is groot omdat exacte uurtarief-data pas beschikbaar komen via de aangiften IB.
Tarief
Aandeel
Geschat aantal
< € 30/u 8%
~ 77.500
€ 30-38/u 4%
~ 38.500
€ 38-50/u 22%
~ 213.000
Wat is de aanloop naar het rechtsvermoeden?
Het wetsvoorstel werd op 7 juli 2025 ingediend. Op 10 maart 2026 wijzigde het kabinet het voorstel zodanig dat de verduidelijkingscriteria (de criteria om te beoordelen of er een dienstverband is) werden geschrapt. Op 21 april 2026 stemde de Tweede Kamer in met het resterende deel. De Eerste Kamer behandelt het voorstel in het najaar van 2026.
Tijdlijn VBAR rechtsvermoeden 2026
Datum
Mijlpaal
Bron
7 juli 2025
Indiening wetsvoorstel 36783
TweedeKamer.nl
10 maart 2026
Wijziging: verduidelijkingsdeel geschrapt
Please.nl
21 april 2026
Tweede Kamer akkoord
Houthoff.nl
Q4 2026
Eerste Kamer behandeling
EersteKamer.nl
1 januari 2028
Beoogde invoering Zelfstandigenwet
Onderneming.nl
Hoe weegt het rechtsvermoeden tegen de huidige Wet DBA?
Het rechtsvermoeden van werknemerschap werkt civielrechtelijk tussen opdrachtgever en zzp'er. De Wet DBA blijft het handhavingsinstrument van de Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen; verzuimboetes blijven in 2026 nog achterwege. De twee sporen versterken elkaar.
Het kabinet kiest vaart te maken met het deel van het wetsvoorstel VBAR waarmee laagbetaalde zzp'ers makkelijker hun rechtspositie kunnen opeisen.Rijksoverheid.nl, 6 maart 2026 · bron
Welke gevolgen heeft dit voor opdrachtgevers?
Opdrachtgevers die structureel met zzp'ers onder € 38/u werken lopen extra risico's. Ze moeten documenteren dat er echt sprake is van zelfstandige arbeid (geen gezag, eigen materiaal, eigen risico). De Belastingdienst kan vanaf 2026 handhaven; de rechter kan vanaf de inwerkingtreding een arbeidsovereenkomst construeren. Combinatie van beide betekent: naheffingen plus loonheffingen.
Wat verandert er in de Zelfstandigenwet in 2028?
De Zelfstandigenwet vervangt de VBAR. Het streven is invoering op 1 januari 2028. De wet introduceert drie toetsen: de zelfstandigentoets, de werkrelatietoets en een sectoraal rechtsvermoeden. Het Wettelijk begrip zzp'er wordt voor het eerst in de wet gedefinieerd. Het kabinet kiest voor deze route per 10 maart 2026.
De beoogde invoeringsdatum blijft daarbij 1 januari 2028. Daarmee wil het kabinet meer duidelijkheid creëren over de positie van zelfstandigen.Onderneming.nl, 16 april 2026 · bron
Wat moet je als zzp'er nu doen? 4-stappen 30-dagen plan
Stap 1 - Bepaal je gemiddelde uurtarief over de laatste 3 maanden. Stap 2 - Indien je onder € 38 zit: leg vast waarom je werk zelfstandig is (eigen materiaal, eigen risico). Stap 3 - Bespreek met je opdrachtgever of de modelovereenkomst nog past. Stap 4 - Wacht de uitkomst van de Eerste Kamer af (Q4 2026).
Vier kerncijfers over het VBAR-rechtsvermoeden en het zzp-landschap Q2 2026.Uurtariefverdeling Nederlandse zzp-populatie 2026 (CBS-schatting).
Veelgestelde vragen
Komt er een overgangsperiode?
Peildatum 1 januari 2026. Onbekend. De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel in het najaar van 2026; een overgangsperiode maakt geen deel uit van het huidige voorstel.
Geldt het rechtsvermoeden al voor de Eerste Kamer akkoord gaat?
Nee. Het rechtsvermoeden treedt pas in werking na publicatie in het Staatsblad.
Kan ik me beroepen op het rechtsvermoeden bij € 35 per uur?
Ja, mits je gemiddelde over drie maanden onder € 38/u blijft en je feitelijk als werknemer werkt.
Wat als mijn uurtarief fluctueert?
Het gemiddelde over drie aaneengesloten maanden is doorslaggevend.
Heeft de Zelfstandigenwet straks voorrang op VBAR?
Ja. De Zelfstandigenwet vervangt het verduidelijkingsdeel van de VBAR. Het rechtsvermoeden blijft.
Wat doet de Belastingdienst in 2026 ondertussen?
Vergrijpboetes vanaf 1-1-2026; verzuimboetes blijven in 2026 nog uit (ZZP-Nederland.nl, 2026).
Over de auteur
Ben — al ruim 20 jaar zzp'er in de vorm van AV tech | Theatertech | Gebouwbeheer, met een passie voor Research, Marketing, spelend met A.I en lekker veel reizen.
Feedback of onjuiste cijfers? Meld het via LinkedIn — reactie binnen 5 werkdagen.
Dit artikel bevat geen persoonlijk financieel advies. Controleer actuele cijfers bij je adviseur of verzekeraar. Peildatum: maart 2026; cijfers kunnen sindsdien zijn gewijzigd.
Wat is de Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR)?
De VBAR is een wetstraject dat in 2026 door de Eerste Kamer is behandeld (wetsvoorstel 36783, behandeld in maart 2026). Het introduceert een rechtsvermoeden: een opdrachtgever en een opdrachtnemer die samen een uurtarief van meer dan € 38 afspreken, worden vermoed een zelfstandige arbeidsrelatie te hebben. Dat wil zeggen: de bewijslast ligt bij de Belastingdienst om aan te tonen dat het tóch loondienst is. Bron: Rijksoverheid 6 maart 2026, Eerste Kamer 36783.
Praktijk waarde € 38/uur
Een zzp’er die op een uurtarief van € 45 werkt voor een opdrachtgever, valt onder het rechtsvermoeden. Een zzp’er die op € 32 werkt, niet automatisch — maar de Belastingdienst kan nog steeds de feitelijke omstandigheden toetsen. VBAR is dus geen vrijbrief; het is een verschuiving van bewijslast.
Rekenvoorbeeld
zzp’er X: uurtarief € 32, 24 uur per week, 36 weken per jaar = omzet € 27.648.
zzp’er Y: uurtarief € 45, 16 uur per week, 40 weken per jaar = omzet € 28.800.
Beide dezelfde opdrachtgever, dezelfde werkzaamheden.
Onder VBAR: van Y wordt vermoed dat er zelfstandigheid is. Van X kan de Belastingdienst actief onderzoek doen naar de feitelijke situatie. Vooral de duur van de opdracht en de afhankelijkheid van één opdrachtgever zijn factoren.
Tegenargumenten die werken
Meerdere opdrachtgevers (> 3 per jaar)
Eigen materiaal, gereedschap, bedrijfsmiddelen
Eigen bedrijfsruimte of werkplek buiten de opdrachtgever
Eigen gezondheids- en arbeidsongeschiktheidsverzekering
De Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR) is een belangrijke wetswijziging die in 2028 in werking treedt. De kern is een rechtsvermoeden bij tarief ≥ € 38/uur. Daarmee wordt de positie van de zzp’er versterkt, maar de praktijk zal leren hoe dit uitpakt. Bron: Eerste Kamer 36783.
Achtergrond van het wetsvoorstel
Het kabinet wil meer duidelijkheid en minder willekeur bij de handhaving van de Wet DBA. De praktijk sinds 2016 is dat zzp’ers en opdrachtgevers in onzekerheid leven: wat is veilig, wat niet? VBAR moet hier verandering in brengen. Per 2026 is het wetsvoorstel goedgekeurd door de Tweede Kamer; behandeling door de Eerste Kamer loopt. Bron: Rijksoverheid 2026.
De drie hoofdelementen van VBAR
Rechtsvermoeden: bij tarief ≥ € 38/uur wordt zelfstandigheid vermoed. Bewijslast ligt bij Belastingdienst om loondienst aan te tonen.
Webmodule: een online tool waarmee opdrachtgever zelf kan toetsen of de arbeidsrelatie als zelfstandig kwalificeert (vervangt deels de modelovereenkomst).
BAZ: verplichte publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, premie 5,4% van inkomen (maximaal € 171 per maand).
Webmodule werking
De webmodule is een online vragenlijst die je invult om te bepalen of de arbeidsrelatie als zelfstandig of loondienst kwalificeert. Het resultaat is een classificatie op drie niveaus:
Wanneer de BAZ wordt ingevoerd (vermoedelijk 2027), betalen alle zzp’ers verplicht premie. De precieze uitvoering verloopt via UWV of een aparte uitvoeringsinstantie. De BAZ-uitkering keert vanaf vier weken ziekte, tot maximaal 80% van het gemiddelde inkomen over drie jaar. Bron: OverheidZZP Verplichte AOV.
Europese context
Nederland is niet het enige land met schijnzelfstandigheid-problematiek. België kent het statuut ‘zelfstandige in bijberoep’, Duitsland de ‘Scheinselbständigkeit’, en Frankrijk de ‘travailleur indépendant’. VBAR past binnen een Europese trend van verschuiving naar publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Bron: EU Commissie, EC Social Affairs.
Verwachte impact per sector 2028
ZorgHoog risico: 60% van zzp’ers onder € 38/uurTijdvak 2028
OnderwijsHoog risico: 50% onder € 38/uurTijdvak 2028
TransportGemiddeld: 35% onder € 38/uurTijdvak 2028
ICTLaag risico: 20% onder € 38/uurTijdvak 2028
BouwLaag risico: 15% onder € 38/uurTijdvak 2028
Financiële dienstenLaag risico: 10% onder € 38/uurTijdvak 2028
De webmodule is een online tool waarmee opdrachtgever in 10 minuten kan bepalen of de arbeidsrelatie als zelfstandig kwalificeert. Resultaten worden niet bindend verklaard, maar zijn een hulpmiddel. Bron: Rijksoverheid.
BAZ-implementatie in detail
Wanneer de wet wordt aangenomen (vermoedelijk Q1 2027), wordt de BAZ met ingang van 1 juli 2027 van kracht. De BAZ-uitvoerder wordt UWV. Premies worden geïnd via een aparte inningsinstantie.
Verwacht effect op sectoren 2028
ZorgHoog risico: 60% van zzp’ers onder € 38/uurZZP-Nederland 2026
OnderwijsHoog risico: 50% onder € 38/uurZZP-Nederland 2026
De EU heeft commentaar geleverd op mogelijke belemmering van grensoverschrijdende dienstverlening. Een Duitse zzp’er die in Nederland werkt, valt mogelijk onder strengere regels dan in eigen land. Het kabinet heeft aanvullende toelichting beloofd.
Veelgestelde vragen
V: Geldt € 38 ook voor uurtarieven met toeslagen?
A: Ja, bruto-uurtarief voor het werk. Avond/nacht-toeslagen niet meegenomen.
V: Kan ik de webmodule zelf invullen?
A: Ja, maar de opdrachtgever is verantwoordelijk voor de uitkomst.
EU heeft zorgen geuit over mogelijke belemmering van grensoverschrijdende dienstverlening. Een Duitse zzp’er die in Nederland werkt, kan onder strengere regels vallen.
VBAR en het rechtsvermoeden: wat betekent dit voor 2026?
Het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) moet de beoordeling van arbeidsrelaties verduidelijken. Het voegt een rechtsvermoeden toe: werk je tegen een uurtarief van maximaal € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026), dan wordt in beginsel aangenomen dat er een arbeidsovereenkomst is. De wet treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2028.
Wat verandert er voor opdrachtgevers?
Opdrachtgevers moeten het tarief van ingehuurde zzp’ers kennen en documenteren. Wie een zzp’er inhuurt tegen maximaal € 38 per uur, moet kunnen aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Wie erboven zit, valt buiten het rechtsvermoeden, maar de feitelijke werkverhouding blijft bepalend.
Wat verandert er voor zzp’ers?
Voor zzp’ers biedt het rechtsvermoeden duidelijkheid: een tarief van maximaal € 38 per uur leidt in beginsel tot de aanname van een arbeidsovereenkomst. Wie boven het tarief zit, valt buiten het rechtsvermoeden, maar de feitelijke werkverhouding blijft bepalend.
Stappenplan voorbereiding 2026
Bereken je huidige uurtarief en vergelijk met € 38.
Breng je opdrachtgeversportefeuille in kaart.
Documenteer per opdracht de zelfstandigheid.
Update je opdrachtovereenkomsten.
Volg de internetconsultatie en de behandeling in de Eerste Kamer.
Veelgestelde vragen VBAR 2026
V: Gaat het tarief van € 38 omhoog?
A:Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd; de peildatum is 1 januari 2028.
V: Geldt het rechtsvermoeden ook voor opdrachtgevers?
A:Ja, het beschermt beide partijen zolang de feitelijke situatie klopt.
V: Wat als ik onder € 38 per uur verdien?
A:Dan geldt het rechtsvermoeden van werknemerschap; de opdrachtgever moet aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is.
VBAR en de webmodule in 2026
De webmodule is de digitale tool waarmee opdrachtgevers de arbeidsrelatie beoordelen. De uitkomst is groen (zelfstandig), oranje (twijfel) of rood (loondienst). Vanaf 2028 wordt de webmodule verplicht gebruikt bij het inhuren van zzp’ers. Een oranje of rode uitkomst betekent niet automatisch een dienstbetrekking, maar vraagt wel om extra onderbouwing.
Veelgestelde vragen webmodule 2026
V: Is de webmodule al verplicht?
A:Nog niet; de verplichte AOV (BAZ) is voorzien per 1 juli 2027. Het VBAR-rechtsvermoeden is al aangenomen (Eerste Kamer, 16 juni 2026) en kan per 1 januari 2027 worden ingeroepen.
VBAR en de praktijk in 2026
In de praktijk betekent VBAR dat zowel zzp’ers als opdrachtgevers meer duidelijkheid krijgen over hun positie. Het rechtsvermoeden van maximaal € 38 per uur is een hulpmiddel, geen garantie. De feitelijke werkverhouding blijft bepalend, ook boven dat tarief.
V: Moet ik mijn tarief aanpassen vóór 2028?
A: Niet verplicht, maar een tarief boven € 38 valt buiten het rechtsvermoeden van werknemerschap.
Inwerkingtreding tijdlijn 2026-2027
Het VBAR-rechtsvermoeden (Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, wetsvoorstel 36 783) is op 16 juni 2026 aangenomen door de Eerste Kamer. De planning is:
16 juni 2026: Eerste Kamer akkoord.
1 juli 2026: publicatie in het Staatsblad.
1 januari 2027: inwerkingtreding van het rechtsvermoeden.
1 januari 2028: invoering van de Zelfstandigenwet (overkoepelend).
Rechtsvermoeden bij maximaal € 38 per uur
Het rechtsvermoeden houdt in dat een zzp'er die voor een opdrachtgever werkt tegen een uurtarief van maximaal € 38 (peildatum 1 januari 2026), wordt vermoed in dienst te zijn. Het is een weerlegbaar vermoeden. De opdrachtgever kan bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is door aan te tonen dat de zzp'er zelfstandig werkt (geen gezag, eigen materiaal, eigen ondernemersrisico).
Peildatum en indexatie 2026
Het bedrag van € 38 is gebaseerd op het uurtarief dat op 1 januari 2026 door de Belastingdienst wordt gehanteerd. Het bedrag wordt naar verwachting jaarlijks geïndexeerd op basis van cao-loonontwikkeling of inflatie. Voor 2027 wordt de grens naar verwachting circa € 39,50.
Webmodule als bewijsstuk
Het VBAR introduceert een webmodule-zelfbeoordeling. Opdrachtgevers of zzp'ers kunnen een vragenlijst invullen die aangeeft of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. De uitkomst is juridisch advies, niet bindend, maar wel bruikbaar als bewijs in een procedure.
Gevolgen voor handhaving 2026-2027
Tot 1 januari 2027 (inwerkingtreding rechtsvermoeden) baseert de Belastingdienst handhaving op de feitelijke werkverhouding onder de Wet DBA. Vanaf 2027 kan een zzp'er met tarief ≤ 38 zelf naar de rechter stappen en een beroep doen op het rechtsvermoeden. De rechter beoordeelt dan of er een arbeidsovereenkomst is, met als gevolg dat de opdrachtgever loonheffingen moet betalen.
Voorbereidingschecklist: wat doe je in Q4 2026
Het rechtsvermoeden is aangenomen, maar treedt pas per 1 januari 2027 in werking. De periode tot die datum is de voorbereidingsfase. De Belastingdienst kan vanaf 2026 al handhaven op basis van de feitelijke werkverhouding; de rechter kan vanaf 1 januari 2027 op grond van het rechtsvermoeden een arbeidsovereenkomst aannemen.
Voor opdrachtgevers
Inventariseer welke opdrachten worden uitgevoerd tegen een uurtarief van maximaal € 38 (peildatum 1-1-2026).
Documenteer per opdracht de feitelijke werkverhouding: is er gezag, werkt de zzp’er met eigen materiaal en draagt hij eigen ondernemersrisico.
Gebruik de webmodule als ondersteunend instrument; de uitkomst is geen garantie, maar wel bruikbaar als bewijsvoering.
Stel modelovereenkomsten bij die de zelfstandigheid expliciet maken.
Voor zzp’ers
Bepaal of je uurtarief onder de grens van € 38 ligt en of je daarmee binnen het bereik van het rechtsvermoeden valt.
Bewaar je administratie: offertes, facturen, opdrachtbevestigingen en urenregistratie.
Weeg of een tariefaanpassing of een andere contractvorm je positie verduidelijkt.
Rekenvoorbeeld
Een fictieve zzp’er factureert € 37 per uur aan een opdrachtgever. Het uurtarief ligt onder de grens van € 38, waardoor het rechtsvermoeden van werknemerschap van toepassing kan zijn. De rechter kan vanaf 1 januari 2027 op grond van het rechtsvermoeden aannemen dat er een arbeidsovereenkomst is, tenzij de opdrachtgever het tegendeel aannemelijk maakt. De uitkomst hangt af van de feitelijke werkverhouding: is er sprake van gezag, dan weegt dat mee; werkt de zzp’er met eigen materiaal en eigen risico, dan spreekt dat voor zelfstandigheid.