Onderzoek & bronnenCijfers met bron · peildatum 1-1-2026 · bronnen herzien 25 september 2026
VBAR Rechtsvermoeden 2026: Wat Betekent €38 Per Uur Voor ZZP'ers?
Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 6 september 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl. De uurtariefdrempel en de wetsstatus staan kort samengevat in de kerncijferpagina 2026.
Op 21 april 2026 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel 36.783 aan, op 16 juni 2026 gevolgd door de Eerste Kamer; de wet is op 29 juni 2026 gepubliceerd. Zodra de wet in werking treedt, krijgen zzp'ers die tot € 38 per uur (peildatum 1-1-2026) verdienen het recht om bij de rechter een beroep te doen op het rechtsvermoeden van werknemerschap — het koninklijk besluit is inmiddels genomen: de wet treedt in werking op 31 december 2026. Dit artikel loopt langs de 8 hoofdvragen.
€ 38/u
Tarieflimiet rechtsvermoeden, peildatum 1-1-2026 · wet treedt in werking op 31 december 2026
Tarieflimiet € 38 per uur peildatum 1-1-2026 (mogelijk geïndexeerd) - bron Rijksoverheid.nl.
Tweede Kamer akkoord 21 april 2026 op Wet 36783 'Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst' - bron Eerstekamer.nl.
Inwerkingtreding 31 december 2026 - vastgesteld bij koninklijk besluit van 13 juli 2026 - bron Staatsblad 2026, 207.
1,1 miljoen zzp'ers in het tweede kwartaal van 2026, 15 duizend minder dan het kwartaal ervoor (seizoengecorrigeerd) - bron CBS.
VBAR-rechtsvermoeden 2026 — Wat het uurtariefcriterium betekent. Afbeelding: ZZP Buffer 2026, door Ben. Delen mag met bronvermelding en een link naar dit artikel (voorwaarden).
Het kabinet schrapte op 6 maart 2026 het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR (Rijksoverheid). Het resterende wetsvoorstel 36783 - het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief - werd op 21 april 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. Daarmee staat dit deel van de VBAR los van de bredere Zelfstandigenwet, die het kabinet per 1 januari 2028 wil laten ingaan.
Welke zzp'ers kunnen straks een beroep doen op het rechtsvermoeden?
Wie voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van ten hoogste het drempelbedrag per uur, wordt vermoed dat te doen op basis van een arbeidsovereenkomst (nieuw artikel 7:610aa BW). De wettekst noemt € 36; het kabinet communiceert het geïndexeerde bedrag van € 38 (peildatum 1-1-2026), en het bedrag bij inwerkingtreding wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Doet een zzp'er een beroep op het vermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Het vermoeden geldt niet als de opdrachtgever een particulier is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Zzp'ers boven de grens houden de bestaande bewijslast. Bron: Staatsblad 2026, 158.
Hoeveel zzp'ers zitten naar schatting onder de € 38-grens?
Dat is niet officieel bekend: er is geen actuele, officiele telling van het aantal zzp'ers met een uurtarief onder de grens gepubliceerd. Wel bekend is het totaal: in het tweede kwartaal van 2026 waren er ongeveer 1,1 miljoen zzp'ers (CBS). Hoeveel daarvan onder de grens werken, weten we niet — en we noemen daarom geen schatting.
Wat is de aanloop naar het rechtsvermoeden?
Het wetsvoorstel werd op 7 juli 2025 ingediend. In maart 2026 (aangekondigd op 6 maart) schrapte het kabinet met een nota van wijziging de verduidelijkingscriteria (de criteria om te beoordelen of er een dienstverband is); die onderwerpen gaan naar de Zelfstandigenwet. Het resterende deel — het rechtsvermoeden zelf — ging als wetsvoorstel 36.783 verder (Rijksoverheid).
Hoe weegt het rechtsvermoeden tegen de huidige Wet DBA?
Het rechtsvermoeden van werknemerschap werkt civielrechtelijk tussen opdrachtgever en zzp'er. De Wet DBA blijft het handhavingsinstrument van de Belastingdienst. Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen; verzuimboetes blijven in 2026 nog achterwege. De twee sporen versterken elkaar.
Het kabinet wil vaart maken met het deel van het wetsvoorstel Vbar waarmee laagbetaalde zzp’ers makkelijker hun rechtspositie kunnen opeisen.Rijksoverheid.nl, 6 maart 2026 · bron
Welke gevolgen heeft dit voor opdrachtgevers?
Opdrachtgevers die structureel met zzp'ers onder € 38/u werken lopen extra risico's. Ze moeten documenteren dat er echt sprake is van zelfstandige arbeid (geen gezag, eigen materiaal, eigen risico). De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer (vergrijpboetes vanaf 2026); de rechter kan vanaf de inwerkingtreding op 31 december 2026 op grond van het rechtsvermoeden een arbeidsovereenkomst aannemen. Combinatie van beide betekent: naheffingen plus loonheffingen.
Wat verandert er in de Zelfstandigenwet in 2028?
De Zelfstandigenwet vervangt het geschrapte verduidelijkingsdeel van de VBAR. Het kabinet streeft naar invoering op 1 januari 2028, maar dat is een beoogde datum, geen vaststaand feit. Volgens de Kamerbrief van 10 september 2026 werkt het wetsvoorstel met twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Een toetsingscommissie en sectorale rechtsvermoedens maken er geen deel van uit. Er komt een nieuwe bepaling in de wet die regelt wanneer geen sprake is van gezag. Sinds 1 oktober 2026 ligt de Zelfstandigenwet in internetconsultatie, tot en met 29 oktober 2026 (internetconsultatie.nl); de criteria van de twee toetsen staan in het artikel over de Zelfstandigenwet.
De behandeling in Tweede en Eerste Kamer is voorzien in 2027, zodat het wetsvoorstel op 1 januari 2028 in werking kan treden.Kamerbrief minister van Werk en Participatie, 10 september 2026 · bron
Wat moet je als zzp'er nu doen? 4-stappen 30-dagen plan
Stap 1 - Bepaal per opdracht je uurtarief. Stap 2 - Zit je op of onder € 38: leg vast waarom je werk zelfstandig is (eigen materiaal, eigen risico). Stap 3 - Bespreek met je opdrachtgever of jullie afspraken passen bij hoe je in de praktijk werkt. Stap 4 - Houd de ministeriële regeling met het definitieve drempelbedrag in de gaten; de wet treedt in werking op 31 december 2026.
Veelgestelde vragen
Komt er een overgangsperiode?
Peildatum 1 januari 2026. De gepubliceerde wet (Stb. 2026, 158) bevat geen overgangsperiode. De Eerste Kamer nam de wet op 16 juni 2026 aan; hij treedt in werking op 31 december 2026.
Geldt het rechtsvermoeden nu al?
Nee. De wet is gepubliceerd (Stb. 2026, 158), maar treedt pas in werking op 31 december 2026 (Stb. 2026, 207).
Kan ik me beroepen op het rechtsvermoeden bij € 35 per uur?
Ja, vanaf de inwerkingtreding: € 35 ligt onder de grens (€ 38, peildatum 1-1-2026). Het vermoeden is weerlegbaar: de opdrachtgever kan aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is.
Wat als mijn uurtarief fluctueert?
De wettekst spreekt van een beloning per uur van ten hoogste het drempelbedrag en noemt geen middelingsperiode. Hoe rechters omgaan met wisselende tarieven, is nog niet bekend.
Heeft de Zelfstandigenwet straks voorrang op VBAR?
De Zelfstandigenwet komt in de plaats van het geschrapte verduidelijkingsdeel van de VBAR. Het rechtsvermoeden (wet 36.783) blijft een aparte wet.
Wat doet de Belastingdienst in 2026 ondertussen?
Vergrijpboetes vanaf 1-1-2026; verzuimboetes blijven in 2026 nog uit (Belastingdienst).
Over de auteur
Ben — al ruim 20 jaar zzp'er in de vorm van AV tech | Theatertech | Gebouwbeheer, met een passie voor Research, Marketing, spelend met A.I en lekker veel reizen.
Feedback of onjuiste cijfers? Meld het via LinkedIn — reactie binnen 5 werkdagen.
Dit artikel bevat geen persoonlijk financieel advies. Controleer actuele cijfers bij je adviseur of verzekeraar. Peildatum: 1 januari 2026; cijfers kunnen sindsdien zijn gewijzigd.
Wat is de Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR)?
Het rechtsvermoeden komt uit wetsvoorstel 36.783, dat oorspronkelijk onderdeel was van de bredere VBAR (Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden). Het introduceert een rechtsvermoeden: een zzp'er die tot € 38 per uur (peildatum 1-1-2026) verdient, kan zich vanaf 31 december 2026 bij de opdrachtgever en zo nodig bij de rechter beroepen op het vermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dat wil zeggen: de bewijslast verschuift naar de opdrachtgever, die dan moet aantonen dat het tóch om echt zelfstandig werk gaat. Bron: Rijksoverheid 6 maart 2026, Eerste Kamer 36783.
Praktijk waarde € 38/uur
Een zzp’er die op een uurtarief van € 32 werkt voor een opdrachtgever, kan een beroep doen op het rechtsvermoeden. Een zzp’er die op € 45 werkt, niet automatisch — maar de feitelijke omstandigheden blijven ook dan meetellen. Het rechtsvermoeden is dus geen vrijbrief voor wie erboven zit; het is vooral een verschuiving van bewijslast voor wie eronder zit. Wat een tarief rond € 38 netto per maand oplevert, staat in uurtarief zzp berekenen.
Rekenvoorbeeld
zzp’er X: uurtarief € 32, 24 uur per week, 36 weken per jaar = omzet € 27.648.
zzp’er Y: uurtarief € 45, 16 uur per week, 40 weken per jaar = omzet € 28.800.
Beide dezelfde opdrachtgever, dezelfde werkzaamheden.
Onder het rechtsvermoeden kan zzp’er X (€ 32/uur) bij de rechter een beroep doen op het vermoeden van werknemerschap. Zzp’er Y (€ 45/uur) valt boven de grens en heeft dat vermoeden niet tot zijn beschikking. Vooral de duur van de opdracht en de afhankelijkheid van één opdrachtgever blijven daarnaast relevante feiten.
Tegenargumenten die werken
Meerdere opdrachtgevers
Eigen materiaal, gereedschap, bedrijfsmiddelen
Eigen bedrijfsruimte of werkplek buiten de opdrachtgever
Eigen gezondheids- en arbeidsongeschiktheidsverzekering
De wettekst noemt € 36 per uur; het kabinet communiceert het geïndexeerde bedrag van € 38 (peildatum 1-1-2026). Het bedrag dat geldt bij inwerkingtreding wordt bij ministeriële regeling vastgesteld (Stb. 2026, 158, art. III).
Hoe rechters het vermoeden toepassen bij wisselende tarieven, moet nog blijken uit de rechtspraak.
ParticulierenHet vermoeden geldt niet als de opdrachtgever een particulier is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijfbron: art. 7:610aa lid 3 BW
IndexatieHet bedrag wordt aangepast zoals het wettelijk minimumloon (art. 14 WML) en naar boven afgerond op hele euro’sbron: art. 7:610aa lid 2 BW
EvaluatieBinnen vijf jaar na inwerkingtreding een verslag over doeltreffendheid en effecten aan de Kamersbron: Stb. 2026, 158, art. II
De praktische gevolgen voor opdrachtgevers
Een opdrachtgever die een zzp’er inhuurt onder € 38/uur moet aantonen dat er geen sprake is van feitelijke loondienst. Daarvoor kan hij:
Werken volgens een bestaande goedgekeurde modelovereenkomst (bruikbaar tot en met 31-12-2029; nieuwe worden sinds 6-9-2024 niet meer beoordeeld, Belastingdienst)
Resultaatsafspraken maken
De zzp’er zelf materiaal laten kiezen
Geen functionerings-gesprekken voeren
Geen werkkleding of bedrijfslaptop verstrekken
Hoe stemde het parlement?
In de Tweede Kamer stemden op 21 april 2026 alle fracties voor, behalve FVD. De Eerste Kamer nam het voorstel op 16 juni 2026 aan na stemming bij zitten en opstaan. Bron: Eerste Kamer, wetsvoorstel 36.783.
Wat gebeurt er bij naheffing?
Stelt de Belastingdienst achteraf vast dat er sprake was van loondienst, dan moet de opdrachtgever alsnog aangifte doen en loonheffingen betalen over wat hij de opdrachtnemer betaalde:
loonbelasting/premie volksverzekeringen
premies werknemersverzekeringen
inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (werkgeversheffing of ingehouden bijdrage)
bij opzet of grove schuld een vergrijpboete: 25% bij grove schuld, 50% bij opzet, bij recidive tot maximaal 100%
Het rechtsvermoeden (formeel: Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief, wetsvoorstel 36.783) is op 21 april 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer. De volledige tijdlijn staat bij “Wat is de aanloop naar het rechtsvermoeden?”. Kort samengevat: de wet is aangenomen en gepubliceerd, maar de inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit van 13 juli 2026: de wet treedt in werking op 31 december 2026.
Rechtsvermoeden tot € 38 per uur
Het rechtsvermoeden houdt in dat een zzp'er die voor een opdrachtgever werkt tegen een uurtarief tot € 38 (peildatum 1 januari 2026), wordt vanaf 31 december 2026 vermoed dat te doen op basis van een arbeidsovereenkomst. Het is een weerlegbaar vermoeden. De opdrachtgever kan bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is door aan te tonen dat de zzp'er zelfstandig werkt (geen gezag, eigen materiaal, eigen ondernemersrisico).
Peildatum en indexatie 2026
De wettekst noemt € 36 per uur. Dat bedrag wordt aangepast op dezelfde manier als het wettelijk minimumloon (artikel 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag) en naar boven afgerond op hele euro’s; het kabinet communiceert € 38 met peildatum 1 januari 2026. Voor de eerste toepassing wordt het bedrag bij ministeriële regeling vastgesteld. Een officieel bedrag voor 2027 is nog niet gepubliceerd. Bron: Staatsblad 2026, 158.
Webmodule beoordeling arbeidsrelatie
Los van wet 36.783 biedt de overheid de webmodule beoordeling arbeidsrelatie: een vragenlijst die een indicatie geeft of er mogelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst (voortgangsbrief 10 december 2025). De uitkomst is een indicatie, geen oordeel van de Belastingdienst of de rechter.
Gevolgen voor handhaving
Zolang het rechtsvermoeden nog niet in werking is getreden, baseert de Belastingdienst handhaving op de feitelijke werkverhouding onder de Wet DBA. Zodra het rechtsvermoeden van kracht wordt, kan een zzp'er met een tarief tot € 38 zelf naar de rechter stappen en een beroep doen op het rechtsvermoeden. De rechter beoordeelt dan of er een arbeidsovereenkomst is, met als gevolg dat de opdrachtgever loonheffingen moet betalen.
Voorbereidingschecklist: wat doe je nu
Het rechtsvermoeden is aangenomen en treedt in werking op 31 december 2026. De periode tot die datum is de voorbereidingsfase. De Belastingdienst kan nu al handhaven op basis van de feitelijke werkverhouding onder de Wet DBA; de rechter kan pas op grond van het rechtsvermoeden een arbeidsovereenkomst aannemen zodra de wet in werking is getreden.
Voor opdrachtgevers
Inventariseer welke opdrachten worden uitgevoerd tegen een uurtarief van maximaal € 38 (peildatum 1-1-2026).
Documenteer per opdracht de feitelijke werkverhouding: is er gezag, werkt de zzp’er met eigen materiaal en draagt hij eigen ondernemersrisico.
Gebruik de webmodule als ondersteunend instrument; de uitkomst is een indicatie, geen garantie.
Leg afspraken vast die passen bij hoe er in de praktijk wordt gewerkt (nieuwe modelovereenkomsten worden niet meer beoordeeld).
Voor zzp’ers
Bepaal of je uurtarief onder de grens van € 38 ligt en of je daarmee binnen het bereik van het rechtsvermoeden valt.
Bewaar je administratie: offertes, facturen, opdrachtbevestigingen en urenregistratie.
Weeg of een tariefaanpassing of een andere contractvorm je positie verduidelijkt.
Rekenvoorbeeld
Een fictieve zzp’er factureert € 37 per uur aan een opdrachtgever. Het uurtarief ligt onder de grens van € 38, waardoor het rechtsvermoeden van werknemerschap van toepassing kan zijn zodra de wet in werking is getreden. De rechter kan dan op grond van het rechtsvermoeden aannemen dat er een arbeidsovereenkomst is, tenzij de opdrachtgever het tegendeel aannemelijk maakt. De uitkomst hangt af van de feitelijke werkverhouding: is er sprake van gezag, dan weegt dat mee; werkt de zzp’er met eigen materiaal en eigen risico, dan spreekt dat voor zelfstandigheid.
De informatie op deze pagina is met de grootst mogelijke zorg samengesteld op basis van officiële bronnen (belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl, kvk.nl, svb.nl). Deze pagina is geen financieel, fiscaal of juridisch advies. Ik ben geen fiscalist en geen financieel adviseur. Neem voor jouw specifieke situatie contact op met een fiscalist, jurist of de Belastingdienst (0800-0543). Aan de inhoud van deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend.
Peildatum: 1 januari 2026. Wijzigingen in wet- en regelgeving na deze datum zijn niet in deze pagina verwerkt.