Peildatum: 1 januari 2026. De cijfers en regels in dit artikel zijn op die datum van toepassing; laatst inhoudelijk gecontroleerd op 6 september 2026 tegen belastingdienst.nl, rijksoverheid.nl en eerstekamer.nl.
Kort antwoord: Hoeveel vakantiedagen heeft een zzp'er?
Wettelijk geen: het recht op vakantie in artikel 7:634 BW geldt alleen voor werknemers. Als zzp’er bepaal je zelf hoeveel vakantie je opneemt en betaal je die uit je eigen tarief. Een veelgebruikte rekenregel is 8% van je jaarinkomen apart zetten, naar het voorbeeld van het minimale vakantiegeld van werknemers; dat is geen verplichting.
Als zzp'er heb je geen wettelijk recht op vakantie. Je bepaalt zelf hoeveel vakantiedagen je opneemt en hoe je ze financiert. Een werknemer krijgt minimaal 8% vakantiegeld; die 8% kun je als eigen rekenregel aanhouden door 8% van je jaarinkomen te reserveren, of je rekent een opslag in je uurtarief (rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl). Gun jezelf die rust gewoon — vakantie is geen verspilde omzet, maar een investering in jou en je gezin.

8%
Vuistregel reservering vakantiegeld van jaarinkomen
Peildatum 1 januari 2026. Wettelijk: nul. Artikel 7:634 BW geldt alleen voor werknemers. Als zzp'er bepaal je zelf hoeveel vakantie je opneemt.
0 dagen
Wettelijk verlof zzp'er 2026 (art. 7:634 BW niet van toepassing)
Drie methodes. (1) 8% reservering. (2) Een opslag in je uurtarief. (3) Minder declarabele uren. De percentages in de tabel zijn een rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl, geen norm. Hoeveel minder declarabele uren je tarief verhoogt, staat per netto-bedrag doorgerekend in uurtarief zzp berekenen.
| Methode | Rekensom | Effectief |
|---|---|---|
| 8% reservering | Inkomen 60.000 x 8% | € 4.800 |
| 5% uurtarief-opslag | 75 x 5% | € 3,75/u |
| 10% uurtarief-opslag | 75 x 10% | € 7,50/u |
Reserveer maandelijks 8/12 = 0,67% van je jaaromzet op een aparte rekening.
Een werknemer heeft wettelijk recht op minimaal 4 keer de arbeidsduur per week (art. 7:634 BW). Bij 40-urige werkweek: 4 x 40 = 160 uur wettelijke vakantie. Bij 25 uur parttime: 25 x 4 = 100 uur. Werknemersnorm; zzp'ers vertalen dit naar zelfgekozen buffer.
Bij ziekte geen doorbetaling; eigen buffer of AOV vangt dit op.
Rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl met 8%: bij € 30.000 reserveer je € 2.400 per jaar, bij € 75.000 € 6.000 per jaar.
Wettelijk geen: het recht op vakantie in artikel 7:634 BW geldt alleen voor werknemers. Als zzp’er bepaal je zelf hoeveel vakantie je opneemt en betaal je die uit je eigen tarief. Een veelgebruikte rekenregel is 8% van je jaarinkomen apart zetten, naar het voorbeeld van het minimale vakantiegeld van werknemers; dat is geen verplichting.
Reken met 12 extra vrije dagen per jaar.
Apart voorkomt uitgeven; fiscaal geen verschil.
Buffer groeit; fiscaal geen verschil.
Geen verjaring voor zzp'ers.
Voor zzp’ers bestaat geen officieel gemiddelde. Ter vergelijking: een werknemer heeft wettelijk minimaal 4 keer zijn wekelijkse arbeidsduur, bij een vijfdaagse werkweek 20 dagen.
Buffer ingezet voor ziekte; AOV dekt inkomensverlies.
Om in 2026 in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek (€ 1.200) moet je als ondernemer minstens 1.225 uur per jaar aan je bedrijf besteden. Dit is een gemiddelde van circa 24 uur per week. Bron: Belastingdienst Zelfstandigenaftrek 2026.
Het wettelijke minimum van vier keer de arbeidsduur per week is voor werknemers. Zzp’ers hebben geen arbeidsduur; ze hebben een eigen buffer en keuze. Een praktische vuistregel:
Cao-regelingen waarmee werknemers verlof of vakantiegeld sparen, gelden niet voor jou als zzp’er: je hebt geen arbeidsovereenkomst. Je regelt je verlof zelf via reserveringen.
Wie structureel geen vakantie neemt, loopt het risico op overbelasting. Een officieel cijfer over zzp’ers zonder vakantie hebben we niet gevonden; daarom noemen we geen percentage.
Werknemers in Nederland hebben wettelijk recht op minimaal vier weken vakantie per jaar (artikel 7:634 BW). Dit komt overeen met 20 vakantiedagen bij een 5-daagse werkweek. Zzp’ers hebben geen wettelijke aanspraak, maar moeten zelf buffer en regeling treffen. Bron: art. 7:634 BW.
Een werknemer bouwt minimaal 8% vakantiegeld op (Rijksoverheid). Een zzp'er doet dit zelf: 8% van de jaaromzet of winst reserveren op een aparte pot. Bij jaaromzet € 50.000 is dat € 4.000 vakantiegeld-pot.
Een voorbeeldplanning van zzpbuffer.nl met vier vakantieperioden, rond de schoolvakanties:
De exacte data per regio staan bij de Rijksoverheid, overzicht schoolvakanties.
Vakantie en arbeidsongeschiktheid zijn twee verschillende dingen. Een AOV keert alleen uit bij arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval, na de wachttijd die je zelf kiest. Wat er geldt als je in het buitenland ziek wordt, staat in de polisvoorwaarden van je eigen verzekeraar.
Het wettelijk minimum vakantiegeld voor werknemers is 8% van het loon (art. 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). Voor zzp'ers geldt dat niet; wie dezelfde 8% als eigen rekenregel aanhoudt, komt op (rekenvoorbeeld zzpbuffer.nl):
Je eigen vakantiegeld is geen kostenpost van je onderneming: het is een deel van je winst dat je opzij zet, en het verlaagt je belastbare winst niet. Zet het op een aparte rekening; het verschil tussen methodes zit in cashflow en discipline.
Voor de zelfstandigenaftrek (en de startersaftrek) moet je minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan de onderneming besteden. Dat is gemiddeld circa 24 uur per week, dus voor fulltime zzp'ers is de uren-eis geen probleem. Voor parttime zzp'ers (minder dan 24 uur per week) is het een relevant aandachtspunt: de aftrek gaat verloren als je onder de 1.225 uur uitkomt.
Een week vrij zonder enige werkactiviteit kost je op papier wat omzet, maar dat is te overzien als het je oplevert wat het moet opleveren: rust, opladen, gezondheid.
Gerelateerde artikelen in dit dossier: ZZP‑starter, buffer, pensioen.